Ik heb mijn zoon, die nu acht jaar oud is, veel Jip en Janneke verhalen voorgelezen. Hij was er gek op toen hij drie en vier jaar oud was. En mijn dochter van vijf houdt er ook van.De verhalen van Annie M.G. Schmidt weten de beleving en de denkwijze van kinderen goed te treffen. Maar ze werden geschreven in de jaren vijftig van de twintigste eeuw. Bepaalde onderwerpen en situaties komen dan ook gedateerd over. Ik vond dat niet heel erg. Sommige winkels of beroepen bijvoorbeeld bestaan niet meer. Naar mijn idee is de wereld van kinderen er een van fantasie en niet meer bestaande dingen mogen nog best genoemd worden. Je kan ook uitleggen dat er iets veranderd is. Of gewoon iets overslaan. Wat betreft opvoeding en de verhouding ouders - kinderen geven de verhalen een voor die tijd progressief beeld. De ouders stellen grenzen, maar gaan ook vaak mee in de fantasie van hun kinderen. Er wordt weinig gestraft. Conflicten tussen de kinderen worden op een creatieve manier opgelost: afleiden, een andere activiteit centraal stellen. Wat me wel irriteerde was dat Janneke vaak bangelijk en heel voorzichtig wordt genoemd. En Jip dus meer agressief en kordaat. Jip is al een "mannetje". Maar bij ruzies tussen de twee bijt Janneke wel van zich af. Ze laat niet over zich lopen. Jip wordt ook gemaand af te wassen, als hij dat vrouwenwerk noemt. En als Jip beweert dat vrouwen geen stationschef kunnen zijn, spreekt moeder hem tegen. Bedenk wel dat pas in 1958 het verbod op arbeid van gehuwde vrouwen beneden de 45 jaar bij de overheid werd opgeheven. Schmidt laat hier duidelijk merken wat ze daarvan vindt. In deze boeken is de moeder van de kinderen nog een huisvrouw. Zij is het meest in "beeld" als opvoeder: als probleemoplosser en om de kinderen te corrigeren. Maar ook een tante met een auto komt langs. In deze tijd hadden weinig mensen een auto, en vrouwen die auto reden waren bijzonder. Schmidt geeft hiermee zeker een voorbeeld van een ander soort vrouwenrol. Ik vroeg me af of er grote verschillen met een modern jeugdboek zijn, dat ook de beleving van kinderen en opvoeding in het gezin centraal stelt. Neem bijvoorbeeld de boeken over de zusjes Lotte en Roos met hun vriendjes Joppe en Lasse van Marieke Smithuis.
En zie ook soortgelijke boeken van Jacques Vriens over Tommy en Lotje, en van Burny Bos over Knofje. De meisjes zijn hier ondernemende geesten, getuigen van eigen ideeën, en deinzen voor weinig terug. De opvoeding is hier veel meer een intensief, communicatief proces dan alleen het geven van stimulans en een correctie. Je zou kunnen zeggen dat in Jip en Janneke gedragspsychologie de leidende opvoedingsmethode is. In de boeken van Smithuis wordt hier een extra dimensie aan toegevoegd. De gevoelens en meningen van de kinderen zijn substantieel een rode draad waar de ouders mee rekening moeten houden. Het gaat niet alleen meer om primaire emoties als jaloezie of kwaadheid, maar om zaken die relaties complex maken, als vriendschap, eerlijkheid, dierenliefde. De verschillen tussen de ouders en hun karakters spelen daarbij een grote rol. De emoties en levensvisie van de ouders vormen hun reacties op de kinderen. De rol van de vrouw is veranderd. De moeder heeft nu natuurlijk ook werk buitenshuis. Ze is vaker leidend of dominanter in beslissingen dan de man. Een verklaring voor sommige verschillen tussen de huidige boeken en die over Jip en Janneke is dat realisme niet Schmidt's doel was. Jip en Janneke zijn vijf of zes jaar, maar gaan nooit naar school. Ze spelen en beleven avonturen met elkaar. Roos, de oudste zus in de boeken van Smithuis, kan lezen en lijkt me zeker zes jaar en later zeven. En de school vormt naast het gezin een belangrijke omgeving van de kinderen. Maar nog meer zijn de verschillen natuurlijk te verklaren uit de veranderingen die ik boven al beschreef. In interviews verklaarde Annie Schmidt een ideaalbeeld te hebben willen schetsen van de opvoeding en ouders. Ze streefde niet naar een realistische weergave. In die zin is de vergelijking met boeken als van Smithuis appels en peren vergelijken. Juist omdat de laatste er goed in slaagt een complexe en realistische ouder-kindverhouding te tonen. Dus als je een wat meer eigentijds kinderboek wilt op dit terrein, kom je er goed mee aan je trekken. Maar Jip en Janneke blijft nog altijd lezenswaardig en heeft zeker als voorbeeld gediend voor de huidige opvolgers. Daarnaast ging Annie M.G. Schmidt verder met vele kinderboeken waarin actuele problemen wel degelijk een rol speelden. Ze was een voorloper in het benoemen van de milieuproblematiek en bedreiging van onze natuur in een kinderboek, zoals in "Pluk van de Petteflet". Pluk voert actie om een bos te redden dat in een plein met stenen dreigt te worden veranderd. De verhalen werden oorspronkelijk in 1968 en 1969 gepubliceerd. Het redden van een bos komt ook in het moderne boek "De Zoete Zusjes helpen de natuur" (2022) voor, maar heel nieuw is dat dus niet. Overigens ook een favoriet van mijn dochter.
Kinderboeken vroeger en nu
door
Tags:
De verhalen van Annie M.G. Schmidt weten de beleving en de denkwijze van kinderen goed te treffen. Maar ze werden geschreven in de jaren vijftig van de twintigste eeuw. Bepaalde onderwerpen en situaties komen dan ook gedateerd over. Ik vond dat niet heel erg. Sommige winkels of beroepen bijvoorbeeld bestaan niet meer. Naar mijn idee is de wereld van kinderen er een van fantasie en niet meer bestaande dingen mogen nog best genoemd worden. Je kan ook uitleggen dat er iets veranderd is. Of gewoon iets overslaan.
Wat betreft opvoeding en de verhouding ouders - kinderen geven de verhalen een voor die tijd progressief beeld. De ouders stellen grenzen, maar gaan ook vaak mee in de fantasie van hun kinderen. Er wordt weinig gestraft. Conflicten tussen de kinderen worden op een creatieve manier opgelost: afleiden, een andere activiteit centraal stellen. Wat me wel irriteerde was dat Janneke vaak bangelijk en heel voorzichtig wordt genoemd. En Jip dus meer agressief en kordaat. Jip is al een "mannetje". Maar bij ruzies tussen de twee bijt Janneke wel van zich af. Ze laat niet over zich lopen. Jip wordt ook gemaand af te wassen, als hij dat vrouwenwerk noemt. En als Jip beweert dat vrouwen geen stationschef kunnen zijn, spreekt moeder hem tegen. Bedenk wel dat pas in 1958 het verbod op arbeid van gehuwde vrouwen beneden de 45 jaar bij de overheid werd opgeheven. Schmidt laat hier duidelijk merken wat ze daarvan vindt.
In deze boeken is de moeder van de kinderen nog een huisvrouw. Zij is het meest in "beeld" als opvoeder: als probleemoplosser en om de kinderen te corrigeren. Maar ook een tante met een auto komt langs. In deze tijd hadden weinig mensen een auto, en vrouwen die auto reden waren bijzonder. Schmidt geeft hiermee zeker een voorbeeld van een ander soort vrouwenrol.
Ik vroeg me af of er grote verschillen met een modern jeugdboek zijn, dat ook de beleving van kinderen en opvoeding in het gezin centraal stelt. Neem bijvoorbeeld de boeken over de zusjes Lotte en Roos met hun vriendjes Joppe en Lasse van
En zie ook soortgelijke boeken van Jacques Vriens over Tommy en Lotje, en van Burny Bos over Knofje.
De meisjes zijn hier ondernemende geesten, getuigen van eigen ideeën, en deinzen voor weinig terug. De opvoeding is hier veel meer een intensief, communicatief proces dan alleen het geven van stimulans en een correctie. Je zou kunnen zeggen dat in Jip en Janneke gedragspsychologie de leidende opvoedingsmethode is. In de boeken van Smithuis wordt hier een extra dimensie aan toegevoegd. De gevoelens en meningen van de kinderen zijn substantieel een rode draad waar de ouders mee rekening moeten houden. Het gaat niet alleen meer om primaire emoties als jaloezie of kwaadheid, maar om zaken die relaties complex maken, als vriendschap, eerlijkheid, dierenliefde.
De verschillen tussen de ouders en hun karakters spelen daarbij een grote rol. De emoties en levensvisie van de ouders vormen hun reacties op de kinderen. De rol van de vrouw is veranderd. De moeder heeft nu natuurlijk ook werk buitenshuis. Ze is vaker leidend of dominanter in beslissingen dan de man.
Een verklaring voor sommige verschillen tussen de huidige boeken en die over Jip en Janneke is dat realisme niet Schmidt's doel was. Jip en Janneke zijn vijf of zes jaar, maar gaan nooit naar school. Ze spelen en beleven avonturen met elkaar. Roos, de oudste zus in de boeken van Smithuis, kan lezen en lijkt me zeker zes jaar en later zeven. En de school vormt naast het gezin een belangrijke omgeving van de kinderen. Maar nog meer zijn de verschillen natuurlijk te verklaren uit de veranderingen die ik boven al beschreef.
In interviews verklaarde Annie Schmidt een ideaalbeeld te hebben willen schetsen van de opvoeding en ouders. Ze streefde niet naar een realistische weergave. In die zin is de vergelijking met boeken als van Smithuis appels en peren vergelijken. Juist omdat de laatste er goed in slaagt een complexe en realistische ouder-kindverhouding te tonen. Dus als je een wat meer eigentijds kinderboek wilt op dit terrein, kom je er goed mee aan je trekken. Maar Jip en Janneke blijft nog altijd lezenswaardig en heeft zeker als voorbeeld gediend voor de huidige opvolgers.
Daarnaast ging Annie M.G. Schmidt verder met vele kinderboeken waarin actuele problemen wel degelijk een rol speelden. Ze was een voorloper in het benoemen van de milieuproblematiek en bedreiging van onze natuur in een kinderboek, zoals in "Pluk van de Petteflet". Pluk voert actie om een bos te redden dat in een plein met stenen dreigt te worden veranderd. De verhalen werden oorspronkelijk in 1968 en 1969 gepubliceerd. Het redden van een bos komt ook in het moderne boek "De Zoete Zusjes helpen de natuur" (2022) voor, maar heel nieuw is dat dus niet. Overigens ook een favoriet van mijn dochter.
Geef een reactie